België

Bron: www.anwb.nl

Algemene verkeersregels

  • Hier worden enkele belangrijke algemene verkeersregels vermeld, waaronder een aantal verkeersregels die afwijken van de Nederlandse.
  • Bestuurders moeten rechts rijden en links inhalen.

 

Verplicht mee

regel opm.
Brandblusser Verplicht (A)
Gevarendriehoek Verplicht (B)
Reservelampen Niet verplicht
Veiligheidshesje Verplicht (C)
Verbanddoos Verplicht (A)

 

  • A: Deze uitrusting is alleen verplicht voor voertuigen met een Belgisch kenteken, maar de ANWB adviseert bestuurders van een voertuig met een Nederlands kenteken een goedgekeurde brandblusser en een verbanddoos mee te nemen om een eventuele discussie met de politie ter plaatse te voorkomen.
  • B: Bij pech of een ongeval moet de gevarendriehoek op auto(snel)wegen circa 100 m en op andere wegen circa 30 m achter het voertuig worden geplaatst (zodanig dat naderende automobilisten de driehoek op een afstand van ongeveer 50 meter kunnen zien). Binnen de bebouwde kom moet de driehoek bij, of eventueel óp, het voertuig worden geplaatst. Ook met ingeschakelde alarmlichten is het gebruik van een gevarendriehoek verplicht.
  • C: De bestuurder is zowel overdag als ’s nachts verplicht een veiligheidshesje te dragen zodra deze bij pech of een ongeval op een auto(snel)weg het voertuig verlaat op een plek waar stoppen of parkeren verboden is. De ANWB adviseert bestuurders voor alle inzittenden een veiligheidshesje mee te nemen in de auto.
  • Let op: controleer bij het huren van een voertuig altijd of de verplichte uitrusting (brandblusser, gevarendriehoek, verbanddoos) aanwezig is en neem ook een veiligheidshesje mee.

Verplicht mee op de motor

  • Bestuurders en passagiers van motoren moeten handschoenen, een jas met lange mouwen en een lange broek of een overall dragen en ook laarzen of stevige, hoge schoenen die de enkels beschermen. Dit voorschrift geldt ook voor Nederlandse motorrijders.
  • Bestuurders van motoren zijn zowel overdag als ’s nachts verplicht een veiligheidshesje te dragen als ze bij pech of een ongeval op een auto(snel)weg stil komen te staan op een plek waar stoppen of parkeren verboden is. De ANWB adviseert bestuurders van een motor ook een veiligheidshesje mee te nemen voor een eventuele passagier.

Rijden onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,5 promille.
  • Het is verboden te rijden onder invloed van drugs. Met behulp van een speekseltest kan de aanwezigheid van drugs in het lichaam worden vastgesteld. Als deze test positief is, kan de politie de bestuurder een onmiddellijk rijverbod opleggen voor de duur van 12 uur en er wordt een bloedtest uitgevoerd.

Mobiel bellen

  • Het is bestuurders van voertuigen (ook fietsers) verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. Let op: ook als het voertuig stilstaat in de file of voor een rood verkeerslicht, mag de bestuurder geen mobiele telefoon vasthouden.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan.

Voorrang

  • Alle bestuurders van rechts hebben voorrang.
  • Trams hebben altijd voorrang.

Inhalen

  • Een automobilist dient bij het passeren van een fietser of bromfietser minstens 1 m afstand te houden.
  • Stilstaande trams moeten stapvoets voorbijgereden worden. Als er geen vluchtheuvel aanwezig is, mag een tram worden gepasseerd langs de zijde waar reizigers in- of uitstappen, mits er tussen de tram en het voertuig minstens 2 m overblijft.

Verkeerslichten

  • Houd rekening met tegemoetkomend verkeer dat links afslaat bij een groen verkeerslicht.
  • Een knipperend oranje licht betekent dat bestuurders extra moeten opletten bij het doorrijden. Het is verboden door te rijden bij een oranje licht dat ononderbroken brandt.

Rotondes

  • Tenzij anders is aangegeven, heeft een bestuurder die op een rotonde rijdt, voorrang op een bestuurder die de rotonde op wil rijden.

Parkeren

  • Een voertuig mag alleen aan de rechterkant van de weg worden geparkeerd. Bij een eenrichtingsweg mag ook aan de linkerkant worden geparkeerd.
  • Het is verboden te parkeren naast een witte of gele streep op de weg, naast een stoeprand met een gele streep en voor openbare gebouwen.
  • Tenzij anders is aangeven, mag in een blauwe zone van ma. t/m za. van 9-18 uur met een parkeerschijf maximaal 2 uur worden geparkeerd. Buiten een blauwe zone gelden de regels van de blauwe zone ook als er verkeersborden staan met daaronder de afbeelding van een parkeerschijf.
  • In drukke straten betekent een bord met een rode driehoek (axe rouge) dat hier van 7-9.30 en van 16-18 uur niet mag worden geparkeerd.
  • Met een parkeerverbodsbord (rond blauw bord met een rode rand en een rode diagonale balk) dat de getallen 1 en 15 of 16 en 31 bevat, wordt aangegeven dat aan de kant waar het bord staat in de eerste helft of de tweede helft van de maand een parkeerverbod geldt.
  • Er zijn blauwe rechthoekige parkeerborden met een witte P en een wielas erop die aangeven dat geheel of gedeeltelijk parkeren op de stoep verplicht is. Hetzelfde bord met rood kruis geeft aan dat parkeren op de stoep verboden is.
  • Verkeersborden die betrekking hebben op parkeermogelijkheden of een parkeerverbod, hebben een oranje achterkant, zodat ook voor automobilisten die in de tegengestelde richting rijden duidelijk is dat hier speciale richtlijnen gelden voor het parkeren.

Pech of ongeval

  • Wanneer een bestuurder bij pech of in geval van een noodsituatie bij slecht zicht of in het donker het voertuig moet verlaten, is deze verplicht een veiligheidshesje te dragen.
  • Bij pech of een ongeval moet een gevarendriehoek worden gebruiken. Deze moet op auto(snel)wegen circa 100 m en op andere wegen circa 30 m achter het voertuig worden geplaatst (de driehoek moet zichtbaar zijn op een afstand van ongeveer 50 meter).
  • Bij een ongeval dat heeft geleid tot materiële schade of lichamelijk letsel, is de bestuurder verplicht om hulp te verlenen aan eventuele gewonden, een identiteitsbewijs te tonen als andere betrokkenen daar om vragen (geldt alleen voor personen ouder dan 15) en ter plaatse te blijven wachten op de politie (als de politie niet binnen redelijke tijd arriveert, moet de bestuurder binnen 24 uur aangifte doen van het ongeval bij een politiebureau).

Parkeergarages

  • In parkeergarages kan het verboden zijn om een auto met lpg-installatie te parkeren. Meestal wordt dan aangegeven dat een ‘lpg-vignet’ vereist is. Dit vignet kan alleen worden verkregen na keuring bij een van de Belgische keuringsstations.
  • Een keuring moet aantonen dat de gasinstallatie voldoet aan norm R-6700 of R-6701. Ga voor het maken van een afspraak en meer informatie naar www.goca.be/nl/p/ak-pa-lpg-keuring. Hier wordt ook een overzicht gegeven van de verschillende tarieven voor een keuring.

Ritsen

  • Sinds 1 maart 2014 is in België bij langzaam rijdend verkeer ‘ritsen’ verplicht als twee rijstroken worden samengevoegd. Dit betekent dat de bestuurder op de wegvallende rijstrook tot vlak voor de versmalling op de eigen rijstrook moet blijven rijden en dan pas mag invoegen. De bestuurders op de doorgaande rijstrook moeten om de beurt één voertuig laten invoegen. Bestuurders die niet doorrijden tot de versmalling of die invoegend verkeer geen voorrang verlenen, riskeren een boete.

Motor laten draaien

  • Het bij stilstand warm laten draaien van de motor is verboden. Ook in andere omstandigheden, bijvoorbeeld bij het wachten voor een overweg, is het onnodig laten draaien van de motor verboden.

Maximumsnelheid

Binnen bebouwde kom (A) Buiten bebouwde kom (B)
Autosnelwegen (C)
Snorfietsen 25 25 verboden
Bromfietsen 45 45 verboden
Motorvoertuigen met of zonder aanhangwagen/caravan, toegestaan totaalgewicht combinatie < 3500 kg 50 90 120
Motorvoertuigen met of zonder aanhangwagen/caravan toegestaan totaalgewicht combinatie > 3500 kg 50 90 90
  • A: Er geldt een maximumsnelheid van 30 km/h voor alle voertuigen binnen een ‘zone 30’ en een zogeheten ‘fietsstraat’ of ‘rue cyclabe‘. In woonwijken is de maximumsnelheid 20 km/h.
  • B: Geldt ook voor autowegen (niet autosnelwegen) met door een wegmarkering gescheiden rijbanen.
  • C: Autosnelwegen en wegen met minimaal 4 rijstroken en door een middenberm gescheiden rijbanen.
  • De minimumsnelheid op autosnelwegen is 70 km/h.

Milieuzones

  • Bij sterke luchtverontreiniging kunnen de autoriteiten in Brussel maatregelen invoeren, zoals snelheidsbeperking of een verbod voor bepaalde typen voertuigen.
  • Een dergelijke maatregel worden aangekondigd in de media. Meer informatie is te vinden opwww.picdepollution.be.
  • De stad Antwerpen heeft plannen om met ingang van najaar 2016 milieubeperkende maatregelen in te voeren.

Winterbanden

 

  • Winterbanden zijn niet verplicht maar wel aan te raden onder winterse omstandigheden, zeker in bergachtige streken, zoals de Belgische Ardennen en de Belgische Eiffel.
  • De voorgeschreven minimale profieldiepte voor winterbanden is 1,6 mm, maar een profieldiepte van 4 mm wordt aangeraden.
  • In België zijn winterbanden met een maximumsnelheid die lager ligt dan de maximumsnelheid van de auto, alleen toegestaan van 1 oktober t/m 30 april. In een auto met dergelijke winterbanden moet op het dashboard binnen het blikveld van de bestuurder een sticker aangebracht worden met daarop de maximumsnelheid van de banden.
  • Meer informatie: www.anwb.nl/winterbanden.

Sneeuwkettingen

  • Het gebruik van sneeuwkettingen is alleen toegestaan als wegen zijn bedekt met sneeuw of ijs.

Spijkerbanden

  • Spijkerbanden zijn toegestaan van 1 november t/m 31 maart voor voertuigen die maximaal 3500 kg wegen. Dit maximumgewicht geldt niet voor bussen en minibussen.
  • Als spijkerbanden worden gebruikt, moeten deze worden aangebracht op alle wielen en op die van een eventuele aanhanger, tenzij deze aanhanger minder dan 500 kg weegt.
  • Op autowegen en autosnelwegen mag met spijkerbanden niet sneller dan 90 km/h worden gereden en op andere wegen niet sneller dan 60 km/h.
  • Voor Belgische auto’s met spijkerbanden is een reflecterend bord met de tekst ’60’ achter op de auto verplicht. Voor Nederlandse auto’s met spijkerbanden geldt dat niet.

Verkeersregels auto

Verlichting

  • Net als in Nederland zijn bestuurders overdag alleen verplicht licht te voeren wanneer het zicht slecht is.
  • Het mistachterlicht moet worden ingeschakeld als door sneeuw, mist of zware regenval het zicht minder is dan 100 m (in Nederland: 50 m).

Kinderen

  • Kinderen met een lengte van minder dan 1,35 m mogen alleen in een voor hen geschikt en goedgekeurd kinderzitje worden vervoerd.
  • Kinderen die jonger zijn dan 3 jaar, mogen niet worden vervoerd in een auto waarin een kinderzitje ontbreekt.
  • Alleen wanneer op de achterbank al twee kinderzitjes in gebruik zijn en er geen plaats is voor een derde kinderzitje, mag een derde kind met slechts een gordel om vervoerd worden.
  • Als een kind met de rug naar voren voorin in een kinderzitje wordt vervoerd, moet de airbag uitgeschakeld zijn.

Huisdieren

  • In België is geen specifieke wetgeving met betrekking tot het vervoer van huisdieren, maar geldt wel dat de bestuurder niet gehinderd mag worden tijdens het rijden en dat lading (waaronder ook een huisdier valt) het zicht van de bestuurder niet mag beperken en geen gevaar mag vormen voor de bestuurder, inzittenden en andere weggebruikers.
  • Op grond van deze regels is het verplicht een huisdier veilig te vervoeren. Bestuurders wordt daarom geadviseerd een hond niet op voorstoel te vervoeren (ook niet in een hondengordel) en huisdieren achter in de auto in een kooi, reiskennel of speciale gordel of achter een rek of net te vervoeren. Voor het niet veilig vervoeren van een huisdier kan een boete worden gegeven.

Lading

  • Lading mag niet naar voren uitsteken.
  • De lading mag maximaal 2,55 m breed zijn en geen gevaar opleveren voor het overige verkeer.
  • Ondeelbare lading mag maximaal 3 m naar achteren uitsteken, deelbare lading maximaal 1 m.
  • Lading die meer dan 1 m uitsteekt, moet voorzien zijn van een rood-wit gestreept bord (onder meer verkrijgbaar via anwb.nl/webwinkel).
  • ’s Avonds moet de uitstekende lading ook voorzien zijn van verlichting.

Flitspaalsignalering

  • Het meenemen en gebruik van radardetectieapparatuur is verboden.
  • Het gebruik van apparatuur met signalering voor vaste flitspalen of trajectcontroles (zoals navigatieapparatuur en telefoons) is toegestaan.

Dashcam

  • Het gebruik van een dashcam (dashboardcamera) is niet verboden.
  • Het is echter niet toegestaan om dashcam-opnamen openbaar te maken (bijvoorbeeld op internet) als hierop personen te zien zijn die direct of indirect (bijvoorbeeld via een kentekenplaat) kunnen worden geïdentificeerd.
  • Actuele informatie over het gebruik van een dashcam is te vinden opwww.anwb.nl/rechtshulp/dashcams.

Slepen

  • Het is verboden om op een auto(snel)weg een voertuig te slepen. Wanneer een voertuig de auto(snel)weg niet meer op eigen kracht kan verlaten, moet een bergingsbedrijf worden ingeschakeld om de auto weg te slepen.

Cruisecontrol

  • In België kan het verboden zijn de cruisecontrol te gebruiken. Dit verbod wordt aangegeven door een verbodsbord met de woorden ‘Cruise control’ met een rode streep erdoor. Waar dit bord staat, mag tot aan het volgende kruispunt de cruisecontrol niet worden gebruikt.

Verkeersregels caravan en aanhangwagen

Afmetingen, maxima

Nederland België opm.
Breedte combinatie (excl. spiegels) 2,55 m 2,55 m
Hoogte combinatie 4 m 4 m
Lengte aanhanger (incl. trekhaak) 12 m 12 m   (A)
Lengte combinatie 18 m 18,75 m   (A)
  • A: Een eventuele fietsendrager achterop wordt meegerekend in de lengte.

Extra brede aanhanger

  • Voor vervoer van een aanhanger die breder is dan 2,55 m, moet een speciale vergunning worden aangevraagd bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. Zie www.mobilit.belgium.bevoor meer informatie.

Bijzonderheden

  • In België is het trekken van een auto met een triangel (driehoekige trekstang) verboden. (Slepen is alleen toegestaan als het gesleepte voertuig niet meer op eigen kracht kan rijden en slepen is verboden op snelwegen en autosnelwegen.)

Verkeersregels bromfiets

  • In België wordt een snorfiets een ‘bromfiets klasse A’ (maximumsnelheid 25 km/h) genoemd en een bromfiets een ‘bromfiets klasse B’ (maximumsnelheid 45 km/h).

Helm

  • Voor zowel brom- als snorfietsers is het dragen van een helm verplicht.

Verlichting

  • Brom- en snorfietsen moeten ook overdag dimlicht voeren.

Passagiers

  • Op een brom- of snorfiets mag maximaal 1 passagier worden vervoerd op een daartoe bestemde zitplaats (duo- of buddyseat) mits de bestuurder 18 jaar of ouder is.

Aanhanger

  • Achter een brom- of snorfiets mag een aanhangertje gekoppeld worden van maximaal 75 cm breed.

Fietspad

  • Wanneer er een fietspad aanwezig is, moeten ook snorfietsen hiervan gebruikmaken.
  • Op wegen met een maximumsnelheid tot 50 km/h mogen bromfietsen zowel op het fietspad als op de rijbaan rijden.
  • Op wegen waar sneller dan 50 km/h gereden mag worden, moeten bromfietsen het fietspad gebruiken indien dit aanwezig is.

Naast elkaar rijden

  • Het is voor brom- en snorfietsers verboden naast elkaar te rijden.

Verkeersregels fiets

Helm

  • Het dragen van een helm is niet verplicht.

Verlichting en overige vereisten

  • Voor op de fiets moet het licht de kleur wit of geel hebben en achter op de fiets moet het licht de kleur rood hebben.
  • In plaats van vaste lampen op de fiets zijn ook losse lampjes toegestaan. Deze mogen worden vastgemaakt aan kleding en/of tassen, maar moeten goed zichtbaar zijn.
  • De fiets moet voor een witte en achter een rode reflector hebben.
  • Op de pedalen moeten gele of oranje reflectoren zijn aangebracht.
  • Op de banden moet zich een reflecterende strook bevinden. Als dat niet het geval is, moeten op de wielen (velgen) minimaal twee gele of oranje reflectoren zijn aangebracht.
  • Ook moet de fiets zijn voorzien van goed werkende remmen en een bel.

Passagiers

  • Het is in België alleen toegestaan een passagier op de fiets te vervoeren als de fiets een speciaal daarvoor bestemde zitplaats heeft.
  • Het is dus verboden een passagier op de bagagedrager te vervoeren en een passagier mag ook niet in amazonezit (met twee benen aan een kant) op de fiets worden vervoerd.
  • Het is wel toegestaan om kinderen te vervoeren in een fietszitje.

Aanhanger

  • Het is toegestaan om te rijden met een fiets waaraan een aanhanger is gekoppeld van maximaal 1 m breed.
  • Er mag geen andere fiets naast een fiets met aanhanger rijden.
  • In een aanhanger mogen maximaal twee passagiers worden vervoerd. De aanhanger (fietskar) moet uitgerust zijn met beveiligde zitplaatsen met een afdoende bescherming voor handen, voeten en rug.

Fietsen onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,5 promille.

Mobiel bellen

  • Het is fietsers verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan.

Fietspad

  • Wanneer er een fietspad aanwezig is, moeten fietsers hiervan gebruikmaken.
  • Buiten de bebouwde kom mogen fietsers, als er geen fietspad aanwezig is, de berm of het trottoir gebruiken.
  • Kinderen tot 9 jaar mogen op het trottoir fietsen.

Elektrische fiets

  • Voor een elektrische fiets met trapondersteuning tot 25 km/h, gelden dezelfde regels als voor een gewone fiets.
  • Vanaf 1 oktober 2016 gelden in België voor een elektrische fiets met trapondersteuning tot 45 km/h (speed pedelec) dezelfde regels als voor een bromfiets. De bestuurder is verplicht een bromfietshelm te dragen of een fietshelm die bescherming biedt aan de slapen en het achterhoofd.
  • Elektrische fietsen die sneller kunnen dan 45 km/h, worden beschouwd als motorfietsen.
  • Kijk voor een overzicht van oplaadpunten van elektrische voertuigen in België op http://www.elektrischrijden.be, onder het kopje ‘Opladen’.

Fietsstraat

  • In België zijn speciale fietsstraten waar fietsers over de volle breedte van de rijbaan mogen rijden. Auto’s mogen hier de fietsers niet inhalen en niet sneller rijden dan 30 km/h. Deze straten worden aangeduid met een blauw rechthoekig bord met een rode auto, een witte fietser en het woord ‘Fietsstraat’ of ‘Rue cyclabe‘.

Eenrichtingsverkeer

  • In sommige eenrichtingsstraten mogen fietsers in beide richtingen rijden als dat specifiek wordt toegestaan met een bord.

Doorfietsen bij rood

  • Bij sommige verkeerslichten kan een nieuw verkeersbord aanwezig zijn dat aangeeft dat fietsers bij rood licht rechtdoor of rechtsaf mogen, mits ze andere weggebruikers voorrang verlenen. Dit is een driehoekig wit bord met een rode rand met een gele fiets en een gele pijl eronder die naar rechts of rechtdoor wijst.

Verkeersborden

  • De verkeersborden in België wijken nauwelijks af van die in Nederland.

 

Auto en motor

  • Een rond verbodsbord met de woorden ‘Cruise control‘ met een rode streep erdoor betekent dat tot het volgende kruispunt geen cruisecontrol mag worden gebruikt.
  • Een rond verbodsbord met het woord ‘PEAGE‘ of ‘TOL’ betekent dat het verboden is voorbij te rijden zonder te stoppen om tol te betalen.
  • Een rechthoekig blauw bord met in het wit een vrachtwagen en links daarvan een personenauto, geeft aan dat links inhalen van vrachtwagens tijdelijk is toegestaan.
  • Een keerverbod wordt aangegeven met een rond wit bord met een rode rand en een omgekeerde zwarte ‘U’ waar, anders dan in Nederland, ook een rode streep doorheen loopt.
  • Een rond wit bord met een rode rand en een naar links of rechts afbuigende zwarte pijl met een diagonale rode streep erdoor betekent: ‘Verboden links (of rechts) af te slaan’.
  • Een rond verbodsbord met een rode rand met daarin een zwarte vrachtwagen waaronder een lengte in meters wordt aangegeven, betekent dat de toegang verboden is voor alle voertuigen die langer zijn dan de aangegeven lengte. Let op: dit verbod geldt niet alleen voor vrachtwagens, maar ook voor auto’s met caravans of aanhangwagens.
  • Een blauw rechthoekig bord met een witte ‘P’ en daaronder in het wit een as met twee wielen geeft aan dat parkeren op de stoep verplicht of verboden (rood kruisje) is of dat bestuurders gedeeltelijk op de stoep moeten parkeren.
  • Een blauw rechthoekig bord met een rode auto, een witte fietser en het woord ‘Fietsstraat’ geeft een straat aan waar fietsers over de volle breedte van de rijbaan mogen rijden en niet mogen worden ingehaald door auto’s en waar auto’s maximaal 30 km/h mogen rijden.

Fiets, bromfiets en snorfiets

  • Wanneer op een onderbord bij een verkeersbord een bromfiets staat met de letter A, geldt dit bord voor snorfietsen; een B geldt voor bromfietsen.
  • Een driehoekig verkeersbord bij een verkeerslicht met een fietser en een pijl, betekent dat fietsers ook bij rood of oranje licht in de aangegeven richting mogen doorrijden, mits zij correct voorrang verlenen.
  • Een rond blauw bord met een fiets en voetgangers naast elkaar, gescheiden door een witte streep, geeft een gecombineerd, maar gescheiden fiets-/voetpad aan waar ook snorfietsen, maar geen bromfietsen mogen rijden.
  • Een rond blauw bord met een fiets en voetgangers onder elkaar geeft een gecombineerd fiets-/voetpad aan waar geen snor- en bromfietsen mogen rijden.