Duitsland

Bron: www.anwb.nl

Algemene verkeersregels

  • Hier worden enkele belangrijke algemene verkeersregels vermeld, waaronder een aantal verkeersregels die afwijken van de Nederlandse.

 

Verplicht mee

regel opm.
Brandblusser Niet verplicht
Gevarendriehoek Verplicht (A/C)
Reservelampen Niet verplicht
Veiligheidshesje Verplicht (B/C)
Verbanddoos Verplicht (C)
  • A: Bij pech of ongeval is het in Duitsland verplicht een gevarendriehoek achter de auto te plaatsen. Op auto(snel)wegen moet de gevarendriehoek circa 200 m en op overige wegen circa 100 m achter het voertuig worden geplaatst (ook als de alarmlichten zijn ingeschakeld). Er hoeft geen tweede gevarendriehoek te worden gebruikt bij pech of een ongeval met een auto die een aanhanger of caravan trekt.
  • B: Het is sinds 1 juli 2014 in Duitsland verplicht een veiligheidshesje mee te nemen in de auto. Geadviseerd wordt om het veiligheidshesje binnen handbereik te bewaren (bijvoorbeeld in het handschoenenvak) en het hesje te dragen bij pech of een ongeval. De ANWB adviseert bestuurders voor alle inzittenden een veiligheidshesje mee te nemen in de auto.
  • C: Deze uitrusting is alleen verplicht voor voertuigen met een Duits kenteken, maar de ANWB adviseert bestuurders de lokale regels te volgen uit veiligheidsoverwegingen en om een eventuele discussie met de politie ter plaatse te voorkomen.
  • Let op: controleer bij het huren van een voertuig altijd of de verplichte uitrusting (gevarendriehoek, veiligheidshesje en verbanddoos) aanwezig is.

 

Veilig rijden

Rijden onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,5 promille.
  • Voor bestuurders die korter dan twee jaar het rijbewijs hebben of jonger zijn dan 21 jaar, geldt een absoluut alcoholverbod.
  • Het is verboden te rijden onder invloed van drugs.

Mobiel bellen

  • Het is bestuurders van voertuigen (ook fietsers) verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. Let op: ook als een gemotoriseerd voertuig stilstaat in de file of voor een rood verkeerslicht, mag de bestuurder geen mobiele telefoon vasthouden. Het vasthouden van een mobiele telefoon is alleen toegestaan wanneer de motor is uitgezet.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan.

Hoofdtelefoon

  • Fietsers mogen tijdens het fietsen geen ‘oortjes’ of een hoofdtelefoon dragen.

Afstand houden

  • Voor het berekenen van de juiste minimumafstand in meters tussen een automobilist en zijn voorligger, moet de automobilist de snelheid waarmee deze rijdt, door twee delen (in Duitsland wordt dit halber Tacho genoemd). Dus als de automobilist 100 km/h rijdt, moet deze ten minste 50 meter afstand houden (omgerekend in tijd is dat, ongeacht de snelheid, een afstand van 1,8 seconde). Bij gladheid, slecht zicht of een slecht wegdek moeten automobilisten een nog grotere afstand bewaren ten opzichte van de auto’s voor hen.
  • Let op: de politie in Duitsland treedt streng op bij overtreding van deze regel; automobilisten kunnen al een boete krijgen als ze iets minder dan halber Tacho afstand houden.

Basisverkeersregels

  • Bestuurders moeten rechts rijden en links inhalen.

Voorrang

  • Alle bestuurders van rechts hebben voorrang.
  • In Duitsland wordt niet met haaientanden, maar met een dikke onderbroken streep aangegeven dat bestuurders voorrang moeten verlenen aan bestuurders op een kruisende weg.
  • Trams hebben voorrang op voetgangers die op een voetgangersoversteekplaats (zebrapad) willen oversteken. Ten opzichte van andere voertuigen hebben trams geen absolute voorrang.
  • Stijgend verkeer heeft over het algemeen voorrang op dalend verkeer, maar op smalle bergwegen wordt verwacht dat het voertuig dat het gemakkelijkst kan uitwijken of terugrijden, voorrang verleent.

Inhalen

  • Lijnbussen en schoolbussen die met een waarschuwingsknipperlicht te kennen geven bij een halte te gaan stoppen, mogen niet worden ingehaald. Als de bus bij een halte is gestopt, mag deze voorzichtig voorbij worden gereden. Als de bus een waarschuwingsknipperlicht voert terwijl deze stilstaat, mag de bus slechts stapvoets voorbij worden gereden. Als hinder kan ontstaan voor de in- en uitstappende passagiers, moet worden gestopt. Deze regel geldt ook voor tegemoetkomende bestuurders op dezelfde rijbaan.
  • Een verkeersbord dat een inhaalverbod aangeeft, betekent een verbod om voertuigen met meer dan twee wielen in te halen. Een auto mag dus (in tegenstelling tot in Nederland) wel een motor inhalen. Een motor mag echter geen auto inhalen.
  • Een inhaalverbod voor vrachtwagens geldt ook voor campers zwaarder dan 3500 kg.

Filerijden

  • Als zich op auto(snel)wegen een file vormt, zijn bestuurders verplicht een middendoorgang (Rettungsgasse) vrij te maken. Dit betekent dat bestuurders zoveel mogelijk rechts of links moeten gaan rijden, zodat er in het midden voldoende ruimte ontstaat voor hulpverlenende voertuigen, zoals ambulances en politieauto’s.
  • Als zich een file vormt op wegen met meer dan twee rijstroken per richting, moeten de bestuurders op de meest linkse rijstrook zoveel mogelijk links en de bestuurders op de overige rijstroken zoveel mogelijk rechts gaan rijden.

Rotondes

  • Een bestuurder die op een rotonde rijdt, heeft voorrang op een bestuurder die een rotonde op wil rijden. Dit wordt bij het begin van de rotonde aangeven door een blauw rond verkeersbord voor rotondes met daarboven een driehoekig verkeersbord dat aangeeft dat voorrang moet worden verleend.
  • Bij het naderen en oprijden van de rotonde mag geen richting worden aangegeven. Bij het verlaten van de rotonde moet richting worden aangeven naar rechts.

Parkeren

  • Een voertuig mag alleen aan de rechterkant van de weg worden geparkeerd. In een straat met eenrichtingverkeer mag ook aan de linkerkant worden geparkeerd.
  • De Duitse parkeerborden komen vrijwel geheel overeen met de Nederlandse, met uitzondering van het Duitse verkeersbord dat het parkeren op het trottoir toestaat.
  • Zigzaglijnen op de rijbaan duiden een zone aan waar het is verboden om stil te staan of te parkeren.

Pech of ongeval

  • Bij pech of een ongeval moet de bestuurder een gevarendriehoek gebruiken. Deze moet op auto(snel)wegen circa 200 m en op overige wegen circa 100 m achter het voertuig worden geplaatst.
  • Dit geldt in principe alleen voor bestuurders van een voertuig met een Duits kenteken, maar er wordt geadviseerd om de lokale regels te volgen uit veiligheidsoverweging en om een eventuele discussie met de politie ter plaatse te voorkomen.
  • Het is wettelijk verboden om een voertuig met pech langs de snelweg te repareren. Een bestuurder mag dus bijvoorbeeld ook geen lamp vervangen of een band verwisselen. Het voertuig dient te allen tijde te worden weggesleept naar een veilige plek.
  • Bij een ongeval dat heeft geleid tot lichamelijk letsel of ernstige materiële schade, is de bestuurder verplicht de politie te bellen.

Bijzonderheden

Wegwerkzaamheden

  • Bij wegwerkzaamheden is het vaak verboden op de linkerrijstrook te rijden als het voertuig of de combinatie, inclusief buitenspiegels, 2 m of breder is. Dit verbod wordt aangegeven door een rond wit bord met een rode rand waarop 2 m wordt vermeld.

Verkeersregels auto

Verlichting

  • Het is overdag alleen verplicht om licht te voeren wanneer het zicht minder dan 50 m is door mist, sneeuw of regen.
  • In tunnels moet dimlicht worden gevoerd.
  • In Duitsland wordt geadviseerd overdag dimlicht of dagrijlicht te voeren.
  • Mistachterlichten mogen alleen worden gebruikt wanneer het zicht minder dan 50 m is.

Kinderen

  • Kinderen die jonger dan 12 jaar en kleiner dan 1,50 m zijn, moeten op zitplaatsen voorzien van veiligheidsgordels in een goedgekeurd kinderzitje of op een goedgekeurde zitverhoger worden vervoerd.
  • Als een kind met de rug naar voren, voor in de auto in een kinderzitje wordt vervoerd, moet de airbag uitgeschakeld zijn.
  • Kinderen die jonger dan 3 jaar zijn, mogen niet worden vervoerd in een auto als een kinderzitje of veiligheidsgordels ontbreken. Kinderen van 3 jaar en ouder en kleiner dan 1,50 m mogen in dat geval niet voorin worden vervoerd.

Huisdieren

  • In Duitsland is geen specifieke wetgeving met betrekking tot het vervoer van huisdieren, maar geldt wel dat de lading (waaronder ook een huisdier valt) het zicht en gehoor van de bestuurder niet mag beperken, goed moet zijn vastgezet en geen gevaar mag vormen voor de verkeersveiligheid.
  • Op grond van deze regels is het verplicht huisdieren veilig vast te zetten in de auto. Bestuurders wordt geadviseerd huisdieren achterin in een kooi, reiskennel of speciale gordel of in de kofferbak achter een rek of net te vervoeren. Voor het niet veilig vervoeren van een huisdier kan een boete worden gegeven.

Lading

  • Lading mag aan de voorzijde van een voertuig niet uitsteken.
  • Aan de achterzijde mag de lading maximaal 1,50 m uitsteken, maar wanneer de lading over een afstand van minder dan 100 km wordt vervoerd, mag deze maximaal 3 m uitsteken.
  • In de breedte mag de lading maximaal 40 cm uitsteken, gerekend vanaf de voertuiglichten. Bredere lading moet worden gemarkeerd. De maximale breedte van een voertuig inclusief lading is 2,55 m exclusief spiegels (deze moeten inklapbaar zijn).
  • Wanneer de lading meer dan 1 m naar achteren uitsteekt, moet een helrode vlag van 30 x 30 cm (aangebracht op een dwarsstang) of een helrood schild van 30 x 30 cm gevoerd worden. In het donker moet bovendien aan het uiterste uiteinde van de lading een achterlicht en een reflector worden aangebracht.

Fietsen

  • Fietsen mogen aan weerszijden van de auto maximaal 40 cm uitsteken, waarbij de totale breedte van de auto inclusief fietsendrager niet meer dan 2,55 m mag zijn.

Flitspaalsignalering

  • Het meenemen en gebruiken van radardetectieapparatuur is verboden.
  • Ook het meenemen en gebruiken van apparatuur met signalering voor vaste flitspalen of trajectcontroles (zoals navigatieapparatuur, telefoons, tablets en laptops) is verboden. De functie voor flitspaalsignalering moet op deze apparaten worden uitgeschakeld. Automobilisten wordt geadviseerd alle flitspaalinformatie van deze apparatuur te verwijderen.

Dashcam

Slepen

  • Slepen is toegestaan tot de dichtstbijzijnde garage.
  • Slepen op de autosnelweg is toegestaan tot uiterlijk de eerste afrit.
  • Een voertuig de autosnelweg opslepen is verboden.
  • Zowel het trekkende als het gesleepte voertuig moet alarmlichten voeren.
  • De maximumsnelheid bij slepen bedraagt 80 km/h.

Pech of ongeval

  • Bij pech of een ongeval moet de bestuurder een gevarendriehoek gebruiken. Deze moet op auto(snel)wegen circa 200 m en op overige wegen circa 100 m achter het voertuig worden geplaatst.
  • Dit geldt in principe alleen voor bestuurders van een voertuig met een Duits kenteken, maar er wordt geadviseerd om de lokale regels te volgen uit veiligheidsoverweging en om een eventuele discussie met de politie ter plaatse te voorkomen.
  • Het is wettelijk verboden om een voertuig met pech langs de snelweg te repareren. Een bestuurder mag dus bijvoorbeeld ook geen lamp vervangen of een band verwisselen. Het voertuig dient te allen tijde te worden weggesleept naar een veilige plek.
  • Bij een ongeval dat heeft geleid tot lichamelijk letsel of ernstige materiële schade, is de bestuurder verplicht de politie te bellen.

Bijzonderheden

Wegwerkzaamheden

  • Bij wegwerkzaamheden is het vaak verboden op de linkerrijstrook te rijden als het voertuig of de combinatie, inclusief buitenspiegels, 2 m of breder is. Dit verbod wordt aangegeven door een rond wit bord met een rode rand waarop 2 m wordt vermeld.

Kinderen en huisdieren in de auto in Duitsland

Kinderen die jonger dan 12 jaar en kleiner dan 1,50 m zijn, moeten op zitplaatsen voorzien van veiligheidsgordels in een goedgekeurd kinderzitje of op een goedgekeurde zitverhoger worden vervoerd.

  • Als een kind met de rug naar voren, voor in de auto in een kinderzitje wordt vervoerd, moet de airbag uitgeschakeld zijn.
  • Kinderen die jonger dan 3 jaar zijn, mogen niet worden vervoerd in een auto als een kinderzitje of veiligheidsgordels ontbreken. Kinderen van 3 jaar en ouder en kleiner dan 1,50 m mogen in dat geval niet voorin worden vervoerd.

Huisdieren

  • In Duitsland is geen specifieke wetgeving met betrekking tot het vervoer van huisdieren, maar geldt wel dat de lading (waaronder ook een huisdier valt) het zicht en gehoor van de bestuurder niet mag beperken, goed moet zijn vastgezet en geen gevaar mag vormen voor de verkeersveiligheid.
  • Op grond van deze regels is het verplicht huisdieren veilig vast te zetten in de auto. Bestuurders wordt geadviseerd huisdieren achterin in een kooi, reiskennel of speciale gordel of in de kofferbak achter een rek of net te vervoeren. Voor het niet veilig vervoeren van een huisdier kan een boete worden gegeven.

Maximumsnelheid in Duitsland

Binnen bebouwde kom Buiten bebouwde kom Wegen met gescheiden rijbanen en 4 rijstroken Autosnelwegen
Snorfietsen 25 25 verboden verboden
Bromfietsen 45 45 verboden verboden
Personenauto’s, bestelauto’s, campers < 3500 kg en motoren 50 100 130 (A) 130 (A)
Campers > 3500 kg 50 80 100 100
Personen-/bestelauto’s < 3500 kg met aanhangwagen/caravan 50 80 80 (B) 80 (B)
Motoren met aanhanger 50 60 60 60
  • A: Dit betreft geen maximumsnelheid maar een richtsnelheid.
  • B: Auto’s met een door TÜV Nord goedgekeurde aanhanger mogen 100 km/h. Hiervoor kan een zogenaamde ‘Tempo-100-ontheffing’ worden aangevraagd. Voor meer informatie: tel. 0900 – 5437 8880900 – 5437 888 of kijk op www.anwb.nl/kamperen/voorbereiding/wet-en-regelgeving.
  • Als het zicht bij mist, sneeuwval of zware regen 50 m of minder bedraagt, is de maximumsnelheid 50 km/h.
  • Op autosnelwegen zijn alleen voertuigen toegestaan die ten minste 60 km/h kunnen en mogen rijden.
  • Op autosnelwegen die per rijrichting 3 rijstroken hebben, mag de meest linkse rijstrook niet worden gebruikt door voertuigen van meer dan 3500 kg of voertuigen die een aanhanger trekken, tenzij dat noodzakelijk is om af te slaan.

Bijzonderheden

  • Tijdens perioden met hoge temperaturen kan er hitteschade ontstaan aan oudere auto(snel)wegen met een wegdek van betonplaten en kan er voor deze wegen een lagere maximumsnelheid gelden (ook kunnen delen van deze wegen worden afgesloten).

Verkeersborden

  • De verkeersborden in Duitsland verschillen maar weinig van die in Nederland.
  • Borden met de vermelding of afbeelding van een bepaald voertuig met daaronder de tekst ‘frei‘, geven aan dat deze voertuigen zijn toegestaan.

Auto en motor

  • Een keerverbod wordt aangegeven met een rond wit bord met een rode rand en een omgekeerde zwarte ‘U’ waar, anders dan in Nederland, ook een rode streep doorheen loopt.
  • Een rond wit bord met een rode rand en twee auto’s met daartussen een getal, geeft aan hoeveel meter afstand bestuurders moeten houden tot hun voorganger.
  • Een geel rond bord met een groene rand en de letter ‘H’ is een bus- of tramhalte.
  • Als bij een verkeerslicht een onderbord met een groene pijl aanwezig is, mogen bestuurders daar rechts afslaan bij rood licht, mits zij correct voorrang verlenen.
  • Voor een omleiding wordt een geel rechthoekig bord met de tekst ‘Umleitung‘ gebruikt. Op de autosnelweg worden omleidingen aangegeven met een blauw rechthoekig bord met een witte pijl omhoog en de letter ‘U’.
  • Een wit rechthoekig bord met een zwarte rand en een oranje pijl geeft een aanbevolen route aan op autosnelwegen. Datzelfde bord met drie diagonale zwarte strepen geeft het einde van een aanbevolen route aan.
  • Het bord met de tekst ‘Umweltzone‘ (milieuzone) geeft een zone aan waar alleen auto’s die van een milieusticker zijn voorzien, mogen inrijden.
  • Een groen driehoekig bord met een arend en de tekst ‘Landschaftsschutzgebiet‘ of ‘Naturschutzgebiet‘ (beschermd natuurgebied) geeft aan dat in het gebied niet mag worden geparkeerd langs de weg of buiten de aangewezen parkeerplaatsen.
  • Een rond blauw bord met daarop een band met een sneeuwketting betekent dat sneeuwkettingen verplicht zijn.
  • Een rond blauw bord met een wit getal erop (bijvoorbeeld 30) geeft de minimumsnelheid aan.

Bromfiets

  • Aanduidingen op verkeersborden voor motoren gelden ook voor bromfietsen.

Caravan en aanhangwagen

  • Een wit bord met daarop een auto met caravan en daaronder de tekst ‘Schleudergefahr‘ (slingergevaar) geeft een gevaarlijke weg aan voor auto’s met een caravan erachter.

Fiets en voetganger

  • Behalve het bekende ronde blauwe bord ‘Fietspad’, zijn er ook vergelijkbare borden die een fiets-/voetpad aangeven, met al dan niet gescheiden gedeelten voor fietsers en voetgangers.

Aanduidingen

Duits Nederlands
Anfang Begin verbod
Anlieger frei Bewoners uitgezonderd
Baustellenausfahrt Uitgang werkverkeer
Bei Nässe Bij nat wegdek
Ende Einde verbod
Einbahnstrasse Straat met eenrichtingsverkeer
Fährbenutzer frei Veerpassagiers toegestaan
Frei Toegestaan
Gebührenpflichtig Tol betalen
Maut Tolweg
Mofa Motor
Ölspur Olie op de weg
Radfahrer absteigen Fietsers afstappen
Reissverschluss Y-splitsing
Rollsplitt Steenslag
Schleudergefahr Slip- of slingergevaar
Seitenstreifen befahren Vluchtstrook gebruiken
Seitenstreifen räumen Vluchtstrook verlaten
Strassenschäden Kuilen in het wegdek
Streugut Grit op de weg
Umweltzone Milieuzone
Verschmutzte Fahrbahn Vervuilde rijbaan
Vorfahrt geändert Voorrangssituatie gewijzigd

 

Overige

  • Een oranje band met witte strepen onder en boven die op een lantaarnpaal is aangebracht, betekent dat deze lantaarnpaal niet de hele nacht brandt.

Fietsen

Helm

  • Het dragen van een helm is niet verplicht.

Verlichting en overige vereisten

  • Fietsen moeten zijn voorzien van vaste lampen. Voor op de fiets moet het licht de kleur wit of geel hebben en achter op de fiets de kleur rood.
  • Fietsen moeten zijn voorzien van een rode reflector achter, een witte reflector voor en gele reflectoren op de trappers en de spaken.
  • In plaats van reflectoren op de spaken, is ook een reflecterende cirkelvormige strook op de banden toegestaan.
  • Ook moet de fiets zijn voorzien van goed werkende remmen en een bel.

Passagiers

  • Personen van 16 jaar of ouder mogen een kind dat jonger is dan 7 jaar, op de fiets vervoeren, mits de fiets een behoorlijke zitplaats heeft met steunen voor handen en voeten en de wielen zo zijn afgeschermd dat de beentjes niet tussen de spaken kunnen komen.

Fietsende kinderen

  • Kinderen tot 8 jaar moeten op het trottoir fietsen, ook als er een fietspad aanwezig is.
  • Kinderen tot 8 jaar mogen ook een weg niet fietsend oversteken; ze moeten dat lopend doen.
  • Kinderen van 8-10 jaar mogen kiezen tussen het trottoir en het fietspad of de straat als er geen fietspad is. Op het trottoir moeten ze voetgangers altijd voorrang verlenen.

Aanhanger

  • Het is toegestaan om te rijden met een fiets waaraan een aanhanger is gekoppeld.

Fietsen onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 1,6 promille.
  • Ook als het promillage lager is, maar de fietser zichtbaar onder invloed is en de fiets niet meer kan besturen, kan een boete worden gegeven.

Mobiel bellen

  • Het is fietsers verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan. Het gebruik van een hoofdtelefoon of ‘oortjes’ is toegestaan, tenzij het geluid te hard staat en het omgevingsgeluid niet meer hoorbaar is. Het gebruik van slechts één oortje wordt aangeraden.

Naast elkaar rijden

  • Naast elkaar rijden is alleen toegestaan op een fietspad dat door een verhoging of grasstrook van de weg is afgescheiden.

Fietspad

  • Wanneer er een fietspad aanwezig is, moeten fietsers hiervan gebruikmaken.
  • Op gecombineerde fiets-/voetpaden moet gebruikgemaakt worden van het voor fietsers bestemde gedeelte of, als er geen scheiding is aangebracht, moet de snelheid worden aangepast om voetgangers niet in gevaar te brengen.

Elektrische fiets

  • Een elektrische fiets (Pedelec) met trapondersteuning tot 25 km/h en een vermogen van maximaal 250 watt die als extra rijondersteuning (Anfahrhilfe) zonder meetrappen een snelheid kan bereiken van maximaal 6 km/h, wordt als een gewone fiets beschouwd.
  • Voor fietsen met elektromotor die sneller kunnen, meer vermogen hebben of waarop kan worden gereden zonder te trappen, gelden de regels voor brom- of snorfietsen.

Fietsstraat

  • In Duitsland zijn speciale fietsstraten (Fahrradstrassen) waar alleen fietsers mogen rijden, tenzij een aanvullend bord iets anders aangeeft, zoals Kfz-Verkehr frei (gemotoriseerd verkeer toegestaan) of Anlieger frei (bewoners toegestaan). Andere voertuigen mogen fietsers echter niet inhalen of hinderen en mogen bovendien niet sneller rijden dan 30 km/h. Dergelijke straten worden aangeduid met een wit vierkant bord met daarin een blauwe cirkel met een witte fiets met daaronder de tekst ‘Fahrradstraße‘.

Motor

Helm

  • Het dragen van een helm is verplicht voor zowel bestuurder als passagier.

Verlichting

  • Het voeren van dimlicht overdag is verplicht.
  • Het is motorrijders ook toegestaan om overdag dagrijlicht te voeren. Let op: in tunnels, bij weinig licht en bij slecht zicht is dagrijlicht niet voldoende en moet dimlicht worden gevoerd.

Passagiers

  • Het vervoeren van een passagier is toegestaan, mits er een speciale zitplaats (duo- of buddyseat) en voetsteunen aanwezig zijn.

Aanhanger

  • Het is toegestaan om een aanhanger aan een motor te koppelen. De maximale breedte voor aanhangers van motoren is 1 m.

Filerijden

  • Motorrijders mogen in een file niet tussen de stilstaande of langzaam rijdende auto’s door slalommen.

Slepen

  • Een motor mag niet worden gesleept.

Brom- en snorfietsen

  • In Duitsland wordt een snorfiets een ‘(Leicht)Mofa‘ genoemd en een bromfiets een ‘Moped‘ of ‘Kleinkraftrad‘.
  • De minimumleeftijd voor het berijden van een Moped is 16 jaar en van een Mofa 15 jaar.
  • De maximumsnelheid van een Moped is 45 km/h en van een Mofa 25 km/h.

Helm

  • Het dragen van een helm is verplicht, ook voor snorfietsers.

Verlichting

  • Het is verplicht om ook overdag dimlicht te voeren.

Passagiers

  • Het vervoeren van passagiers is alleen toegestaan als er een handgreep en voetsteunen aanwezig zijn en het verkeer niet wordt belemmerd.
  • Kinderen die jonger zijn dan 7 jaar, mogen alleen in een kinderzitje worden vervoerd.

Aanhanger

  • Aan een bromfiets mag een aanhanger worden gekoppeld.

Fietspad

Snorfiets

  • Snorfietsen mogen binnen de bebouwde kom alleen op een fietspad rijden als het ronde blauwe bord ‘Fietspad’ is voorzien van een onderbord met de afbeelding van een snorfiets. Zij mogen echter ook op de rijbaan rijden.
  • Buiten de bebouwde kom mag altijd van het fietspad gebruik worden gemaakt. Wanneer de snorfiets met de pedalen wordt voortbewogen, is dit zelfs verplicht.

Bromfietsen

  • Bromfietsen mogen alleen van de rijbaan gebruikmaken, tenzij anders wordt aangegeven.

Winterbanden

  • Als winterse omstandigheden dat vereisen, is het gebruik van winterbanden verplicht. Dit wettelijke voorschrift geldt ook voor Nederlandse auto’s, campers en motoren.
  • Winterse omstandigheden zijn ijzel, gladheid door sneeuw of sneeuwmodder en gladheid door ijs- of rijpvorming.
  • Voor de Duitse wet worden banden (ook vierseizoenenbanden) met de aanduiding M+S en/of een sneeuwvloksymbool als winterband beschouwd. Banden met alleen de aanduiding M+S hebben echter niet gegarandeerd de juiste rijeigenschappen voor winterse omstandigheden. Banden met ook een sneeuwvloksymbool hebben dat wel.
  • Voor motoren zijn maar weinig banden met de aanduiding M+S verkrijgbaar en daarom worden motorbanden met een grof profiel, zoals offroad-banden, ook als winterband beschouwd.
  • De wettelijk voorgeschreven minimale profieldiepte van winterbanden is 1,6 mm, maar een profieldiepte van minstens 4 mm wordt aanbevolen.
  • Wanneer er winterbanden zijn gemonteerd, moet de bestuurder zich aan de voorgeschreven maximumsnelheid voor deze banden houden. Deze maximumsnelheid staat met een lettercode op de zijkant van de band vermeld.
  • Als de maximumsnelheid van de winterbanden lager is dan die van de auto, moet op het dashboard binnen het blikveld van de bestuurder een sticker aangebracht worden met daarop de maximumsnelheid van de banden.
  • Winterbanden moeten op alle wielen worden gemonteerd, maar ze zijn niet verplicht voor aanhangers.
  • De ANWB adviseert banden te gebruiken waarop een sneeuwvloksymbool wordt aangegeven. Meer informatie: www.anwb.nl/winterbanden.

Sneeuwkettingen

  • Het gebruik van sneeuwkettingen is toegestaan.
  • In bergachtige gebieden kunnen bij winterse omstandigheden sneeuwkettingen verplicht zijn als dat wordt aangegeven met een rond, blauw bord waarop een witte autoband met een sneeuwketting staat.
  • Als sneeuwkettingen worden gebruikt, is de maximumsnelheid 50 km/h.
  • Kunststof sneeuwkettingen worden toegestaan mits ze aan de wettelijke eisen voldoen.

Spijkerbanden

  • Het gebruik van spijkerbanden is verboden.
  • Alleen op de route van Salzburg via Bad Reichenhall naar Lofer en op de toegangswegen naar Oostenrijkse dalen die alleen via Duitse wegen bereikbaar zijn, is het gebruik van spijkerbanden toegestaan.

Bijzonderheden

  • Als winterse omstandigheden dat vereisen, is het gebruik van antivries in de ruitenwisservloeistof verplicht.
  • Let op: Het is de verantwoordelijkheid van de bestuurder van een auto om ervoor te zorgen dat de vereiste winteruitrusting aanwezig is. Bij het huren van een auto in Duitsland in de winterperiode is het dus van groot belang dat de bestuurder controleert of de huurauto over de juiste winteruitrusting beschikt

Alles over winterbanden

Verkeersregels caravan en aanhangwagen

Afmetingen, maxima

Nederland Duitsland opm.
Breedte combinatie (excl. spiegels) 2,55 m 2,55 m (A/B)
Hoogte combinatie 4 m 4 m
Lengte aanhanger (incl. dissel) 12 m 12 m (C)
Lengte combinatie 18 m 18 m (C)
  • A: Spiegels worden niet meegerekend in de breedte, mits ze inklapbaar zijn.
  • B: Let op: als bij wegwerkzaamheden voor de linkerrijstrook een maximumbreedte van 2 m wordt aangegeven, is dat de breedte inclusief spiegels.
  • C: Een eventuele fietsendrager achterop wordt meegerekend in de lengte.

Gewicht

  • Het gewicht van een volledig beladen ongeremde aanhanger mag niet meer zijn dan de helft van het gewicht van het onbeladen trekkende voertuig plus 75 kg en in totaal niet meer dan 750 kg.
  • Voor tweeassige aanhangers met een brutolaadvermogen van meer dan 750 kg moet ten minste één wielblok worden meegenomen.

Extra brede aanhanger

  • Voor vervoer van een aanhanger die breder is dan 2,55 m, moet een speciale vergunning worden aangevraagd bij een vestiging van het Duitse Strassenverkehrsamt. Bij voorkeur een vestiging zo dicht mogelijk bij de Nederlandse grens.
  • Vaak worden er ook eisen gesteld aan het trekkende voertuig.
  • De tarieven voor een vergunning kunnen per vestiging enorm verschillen. Het loont daarom om van tevoren de tarieven op te vragen.
  • Adressen van vestigingen zijn te vinden op www.strassenverkehrsamt.de. Zie ook het Engelstalige document Guidelines on abnormal loads – Europe (richtlijnen voor bijzondere transporten in Europa) voor adressen en meer informatie.

Rijstroken

  • Een auto met een caravan of aanhanger mag op autosnelwegen met drie of meer rijstroken in één richting niet op de meest linkse rijstrook rijden, tenzij dat noodzakelijk is om linksaf te slaan.

Spiegels

  • Auto’s die een caravan trekken, moeten altijd zijn uitgerust met achteruitkijkspiegels aan beide zijden.

Bijzonderheden

Rijverbod

  • In Duitsland geldt op zon- en feestdagen van 0-22 uur op alle wegen een rijverbod voor vrachtwagens en ook voor bedrijfsauto’s (ongeacht hun gewicht) die een aanhangwagen trekken.
  • Van 1 juli t/m 31 augustus geldt dit rijverbod ook op zaterdagen van 7-20 uur op diverse wegen of weggedeelten (zie www.transport-online.nl voor meer informatie).
  • Het rijverbod geldt niet voor een camper en ook niet voor een gewone personenauto die een caravan of aanhangwagen trekt, tenzij die personenauto is ingericht of omgebouwd voor goederenvervoer.

Triangel

  • In Duitsland is het trekken van een auto met een triangel (driehoekige trekstang) verboden omdat motorvoertuigen niet als aanhanger mogen worden vervoerd. (Slepen naar de dichtstbijzijnde garage, of op snelwegen en autosnelwegen tot de eerste afrit, is wel toegestaan.)