Menu Sluiten

Zwitserland

Bron: www.anwb.nl

Algemene verkeersregels

  • Hier worden enkele belangrijke algemene verkeersregels vermeld, waaronder een aantal verkeersregels die afwijken van de Nederlandse.

Verplicht mee

regel opm.
Brandblusser Niet verplicht
Gevarendriehoek Verplicht (A)
Reservelampen Niet verplicht
Veiligheidshesje Niet verplicht (B)
Verbanddoos Niet verplicht
  • A: De gevarendriehoek moet voor de bestuurder binnen handbereik worden bewaard (dus niet in de kofferbak). Bij pech of een ongeval moet de gevarendriehoek op auto(snel)wegen ten minste 100 m en op overige wegen ten minste 50 m achter het voertuig worden geplaatst (ook als de alarmlichten zijn ingeschakeld).
  • B: De ANWB adviseert bestuurders voor alle inzittenden een veiligheidshesje mee te nemen in de auto.
  • Let op: controleer bij het huren van een voertuig altijd of de verplichte uitrusting (gevarendriehoek) in het voertuig aanwezig is.

Bijzonderheden

Het meenemen van een reservebril in Zwitserland is niet verplicht, maar de ANWB adviseert bestuurders met een rijbewijs waarin staat dat ze een bril of contactlenzen dragen (beperking code 01), een reservebril mee te nemen ook om een eventuele discussie met de politie ter plaatse te voorkomen.

Zie ook:

Veilig rijden

Rijden onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,5 promille.
  • Voor bestuurders die hun rijbewijs drie jaar of korter geleden hebben behaald, is het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed 0,01 promille.
  • Sporen van drugs in het bloed zijn niet toegestaan.

Mobiel bellen

  • Het is bestuurders van voertuigen (ook fietsers) verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan.

Basisverkeersregels

  • Bestuurders moeten rechts rijden en links inhalen.

Voorrang

  • Als basisregel geldt dat verkeer op hoofdwegen voorrang heeft.
  • Op alle andere wegen heeft verkeer van rechts, ook ongemotoriseerd verkeer, voorrang.
  • Trams hebben voorrang, behalve als ze een voorrangsweg oprijden.
  • Trams hebben voorrang op voetgangers die op een zebrapad willen oversteken.
  • Voetgangers hebben wel voorrang op het overige verkeer wanneer zij bij een zebrapad willen oversteken. In Zwitserland krijgen zij deze voorrang over het algemeen ook en zullen zij in deze verwachting handelen.
  • Op smalle wegen heeft bij het uitwijken het zwaardere voertuig (vrachtwagen) voorrang op het lichtere voertuig (bijvoorbeeld personenauto) en een autobus op een vrachtwagen. Bij gelijkwaardige voertuigen moet het voertuig uitwijken dat zich het dichtst bij een uitwijkplaats bevindt.
  • Op bergwegen gelden speciale voorrangsregels:
    • Stijgend verkeer heeft voorrang op dalend verkeer, tenzij het stijgende voertuig zich dicht bij een uitwijkplaats bevindt.
    • Op een Bergpoststrasse (bergpostweg), herkenbaar aan een blauw vierkant bord met een gele signaalhoorn, moeten de aanwijzingen van de postautochauffeur worden opgevolgd.
    • Soms is op smalle bergpostwegen tijdelijk eenrichtingsverkeer ingesteld. Dit wordt aangegeven met borden.

Inhalen

  • Rijdende trams moeten rechts worden ingehaald, tenzij er rechts onvoldoende ruimte is; op eenrichtingswegen mag de tram ook links worden ingehaald.
  • Bestuurders mogen stilstaande trams niet voorbijrijden als er geen vluchtheuvel is, tenzij ze zonder gevaar aan de linkerkant voorbij kunnen gaan.
  • Schoolbussen die bij een halte zijn gestopt en de alarmlichten aan hebben, mogen slechts stapvoets voorbij worden gereden. Bestuurders moeten indien nodig stoppen.
  • Als op een gelijkwaardige kruising twee elkaar tegemoetkomende bestuurders links af willen slaan, dan moeten zij voor elkaar langs gaan.
  • Langs een aantal autowegen zijn als waarschuwing gele knipperlichten aangebracht. Op gedeelten waar deze lampen knipperen, mag niet worden ingehaald.
  • Als bestuurders nadat ze een of meer voertuigen hebben ingehaald weer op hun eigen rijstrook willen invoegen, moeten ze dit aangeven met hun knipperlicht.

Filerijden

  • Als zich op auto(snel)wegen een file vormt, zijn bestuurders verplicht een middendoorgang (Rettungsgasse) vrij te maken. Dit betekent dat de bestuurders zoveel mogelijk rechts of links moeten gaan rijden, zodat er in het midden voldoende ruimte ontstaat voor hulpverlenende voertuigen, zoals ambulances en politieauto’s.
  • Als zich een file vormt op wegen met meer dan twee rijstroken per richting, moeten de bestuurders op de meest linkse rijstrook zoveel mogelijk links en de bestuurders op de overige rijstroken zoveel mogelijk rechts gaan rijden.

Geluidssignalen

  • Buiten de bebouwde kom is het geven van geluidssignalen bij onoverzichtelijke wegsituaties en slecht zicht op smalle wegen verplicht om andere weggebruikers te waarschuwen. Overmatig of onnodig gebruik van geluidssignalen is echter verboden.
  • ’s Nachts dienen bestuurders lichtsignalen te geven voor het waarschuwen van andere weggebruikers.

Rijstroken

  • Als binnen de bebouwde kom een weg uit minstens twee rijstroken voor iedere richting bestaat, zijn bestuurders vrij om te kiezen welke rijstrook ze willen gebruiken, ongeacht de snelheid van het verkeer op de andere rijstroken. Buiten de bebouwde kom mag dit alleen in druk (file)verkeer.

Rotondes

  • Een bestuurder die op een rotonde rijdt, heeft voorrang op een bestuurder die een rotonde op wil rijden, tenzij uit borden anders blijkt.

Liften

  • Op snelwegen en autowegen is liften verboden.

Parkeren

  • Als uit borden blijkt dat op het trottoir mag worden geparkeerd, moet er minstens 1,50 m ruimte overblijven voor de voetgangers.
  • In een ‘blauwe zone’ kan met een parkeerschijf gratis worden geparkeerd.
  • Bij het parkeren op een helling moet de auto behalve met de handrem nog extra gezekerd worden. Bijvoorbeeld door de auto in de laagste versnelling te laten staan, een wiel tegen het trottoir te draaien of een wig achter een wiel te plaatsen.
  • Parkeren is verboden op de volgende plaatsen:
    • Op een brug.
    • Binnen 10 m van een tram- of bushalte.
    • Binnen de bebouwde kom binnen 20 m van een overweg, buiten de bebouwde kom binnen 50 m van een overweg.
    • Ter hoogte van gele, door strepen verbonden kruisen op de rijbaan.

Stoppen

  • Het is verboden te stoppen ter hoogte van een gele streep.

Pech of ongeval

  • De bestuurder moet bij pech of een ongeval een gevarendriehoek gebruiken. Deze moet op auto(snel)wegen ten minste 100 m en op overige wegen ten minste 50 m achter het voertuig worden geplaatst.
  • Wanneer een bestuurder ten gevolge van een lege brandstoftank gedwongen is op de vluchtstrook te stoppen, is deze strafbaar.
  • Bij een ongeval dat heeft geleid tot lichamelijk letsel of schade aan de weg, verkeersborden, lantaarns en dergelijke, is de bestuurder verplicht de politie te bellen. De bestuurder is ook verplicht de politie te bellen als een andere betrokkene daarom vraagt.

Verkeersregels auto

Verlichting

  • In Zwitserland zijn automobilisten verplicht om overdag dimlicht of dagrijlicht te voeren.
  • Let op: in tunnels, bij weinig licht en bij slecht zicht is dagrijlicht niet voldoende en moet dimlicht worden gevoerd.

Kinderen

  • Kinderen jonger dan 12 jaar en kleiner dan 1,50 m moeten in een goedgekeurd kinderzitje worden vervoerd.
  • Kinderen van 12 jaar en ouder of 1,50 m of langer moeten een veiligheidsgordel gebruiken.

Huisdieren

  • Voor zover bekend is er in Zwitserland geen specifieke wetgeving met betrekking tot het vervoer van huisdieren, maar kan op grond van de bestaande wetgeving (voor bijvoorbeeld lading) worden gesteld dat het huisdier de bestuurder niet mag hinderen tijdens het rijden en inzittenden en andere weggebruikers niet in gevaar mag brengen.
  • Automobilisten wordt daarom geadviseerd hun huisdier achter in de auto in een kooi, reiskennel of speciale veiligheidsgordel of in de kofferbak achter een net of rek te vervoeren.

Lading

  • De lading mag maximaal 5 m uitsteken naar achteren, gerekend vanaf de achteras.
  • De lading mag maximaal 3 m uitsteken naar voren, gerekend vanaf het hart van het stuurwiel.
  • De lading mag niet in de breedte uitsteken.
  • In een voertuig mag lading (bijvoorbeeld ski’s) alleen op de bodem van dat voertuig worden vervoerd.

Fietsen

  • Een fietsendrager met fietsen mag maximaal 20 cm aan beide zijden uitsteken, mits de totale breedte ervan niet meer is dan 2 m.

Flitspaalsignalering

  • Het meenemen en gebruiken van radardetectieapparatuur is verboden.
  • Ook het meenemen en gebruiken van apparatuur met signalering voor vaste flitspalen of trajectcontroles (zoals navigatieapparatuur, telefoons, tablets en laptops) is verboden. Alle flitspaalinformatie moet van deze apparatuur worden verwijderd.

Dashcam

  • Het gebruik van een dashcam (dashboardcamera) is niet verboden.
  • De dashcam mag het zicht van de bestuurder niet belemmeren en mag niet worden bediend tijdens het rijden.
  • Actuele informatie over het gebruik van een dashcam is te vinden opwww.anwb.nl/rechtshulp/dashcams.

Slepen

  • Slepen is op de autosnelweg toegestaan tot de eerste afrit.
  • Bij het slepen geldt een maximumsnelheid van 40 km/h.
  • De gesleepte auto moet aan de achterkant een gevarendriehoek voeren.
  • Tijdens het slepen moeten de alarmlichten worden ingeschakeld.
  • Een sleepkabel mag maximaal 8 m lang zijn, een sleepstang 5 m. De verbinding moet op een duidelijke wijze zijn gemarkeerd

Maximumsnelheid

Binnen bebouwde kom (A)
Buiten bebouwde kom Autowegen Autosnelwegen (B)
Snorfietsen 30 30 verboden verboden
Bromfietsen 45 45 verboden verboden
Personenauto’s, campers < 3500 kg en motoren 50 80 100 120
Personenauto’s, campers < 3500 kg, met aanhangwagen/caravan 50 80 80 80
  • A: Binnen de bebouwde kom worden steeds meer 30 km-zones ingesteld.
  • B: Op autosnelwegen die per rijrichting 3 rijstroken hebben, mag de meest linkse rijstrook alleen worden gebruikt door voertuigen (of combinaties van voertuigen) die minimaal 100 km/h kunnen en mogen rijden.
  • Op autosnelwegen zijn alleen voertuigen toegestaan die ten minste 60 km/h kunnen en mogen rijden.

 

Verkeersregels caravan en aanhangwagen

Afmetingen, maxima

Nederland Zwitserland opm.
Breedte combinatie (excl. spiegels) 2,55 m 2,55 m
Hoogte combinatie 4 m 4 m
Lengte aanhanger (incl. dissel) 12 m 12 m (A)
Lengte combinatie 18 m 18,75 m (A)
  • A: Een eventuele fietsendrager achterop wordt meegerekend in de lengte.

Parkeren

  • De wielen van een geparkeerde auto met een aanhanger of een losgekoppelde aanhanger moeten ook op een geringe helling met een wielblok worden vastgezet.

Rijstroken

  • Een auto met een caravan of aanhangwagen mag op autosnelwegen met drie of meer rijstroken in één richting niet op de meest linkse rijstrook rijden, tenzij dat noodzakelijk is om linksaf te slaan.

Bijzonderheden

  • Het is gevaarlijk om met een auto die een aanhangwagen of caravan trekt, over smalle bergwegen te rijden. Geadviseerd wordt om alleen over bergwegen te rijden die geschikt zijn voor voertuigen van 2,50 m breed.

Verkeersregels fietsen

Helm

  • Mits een maximumsnelheid van 20 km/h wordt aangehouden, is het dragen van een helm voor het rijden op een gewone fiets of Leicht-Motorfahrrad niet verplicht, maar wordt wel aanbevolen.

Verlichting en overige vereisten

  • Fietsen moeten in het donker en bij slecht zicht zijn voorzien van vaste of los te bevestigen lampen. Voor op de fiets moet het licht de kleur wit of geel hebben en achter op de fiets de kleur rood.
  • De fiets moet voor een witte reflector hebben, achter een rode (beide minimaal 10 cm² groot) en oranje reflectoren op de pedalen.
  • Ook moet de fiets zijn voorzien van goed werkende remmen en een bel.

Passagiers

  • Personen ouder dan 16 jaar mogen een kind meevoeren als het in een kinderzitje zit en de beentjes voldoende worden beschermd.

Fietsende kinderen

  • Kinderen jonger dan 6 jaar mogen alleen onder begeleiding van iemand van 16 jaar of ouder op de openbare weg fietsen.

Aanhanger

  • Het is toegestaan om te rijden met een fiets waaraan een aanhanger is gekoppeld.
  • Een fiets met aanhanger is alleen toegestaan op een fietspad als het pad zo breed is dat andere fietsers nog kunnen inhalen.
  • In een hiervoor ontworpen aanhanger die voldoende bescherming biedt, mogen twee kinderen worden vervoerd. Het totale gewicht ervan met lading mag niet meer bedragen dan 80 kg.

Fietsen onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,5 promille.

Mobiel bellen

  • Het is fietsers verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan.

Naast elkaar rijden

  • Fietsers mogen alleen op een fietspad of een fietsstrook en op erven naast elkaar rijden.
  • Ook is het toegestaan om naast elkaar te fietsen wanneer de weg minimaal 8 m breed is en er veel (brom)fietsverkeer is.

Fietspad

  • Waar een fietspad is, dient hiervan gebruik te worden gemaakt.
  • Waar fietspaden ontbreken, moet zoveel mogelijk aan de rechterkant van de weg worden gereden.

Parkeren

  • Fietsen mogen alleen op het trottoir worden geplaatst als er minimaal 1,50 m trottoirbreedte overblijft voor voetgangers.

Elektrische fiets

  • Voor een elektrische fiets met trapondersteuning tot 25 km/h die een vermogen heeft van maximaal 500 watt (Leicht-Motorfahrrad), gelden dezelfde regels als voor een gewone fiets.
  • De minimumleeftijd voor het rijden op een Leicht-Motorfahrrad is 14 jaar. Kinderen van 14 tot en met 16 jaar hebben wel een speciaal rijbewijs van categorie M nodig om op een Leicht-Motorfahrrad te mogen fietsen
  • Voor fietsen met elektromotor met een maximumsnelheid van 45 km/h en een vermogen van maximaal 1000 watt (Motorfahrrad), gelden de regels voor brom- of snorfietsen.

Verkeersregels motor

Helm

  • Het dragen van een helm is verplicht voor bestuurder en passagier.
  • Op een trike of quad is het dragen van een helm verplicht tenzij het voertuig een gesloten cabine heeft of de zitplaatsen zijn uitgerust met veiligheidsgordels.

Verlichting

  • Ook overdag moet dimlicht worden gevoerd.
  • Het is motorrijders ook toegestaan om overdag dagrijlicht te voeren. Let op: in tunnels, bij weinig licht en bij slecht zicht is dagrijlicht niet voldoende en moet dimlicht worden gevoerd.

Passagiers

  • Het is verboden om meer dan een passagier op de motor te vervoeren.
  • Een kind jonger dan 7 jaar mag alleen in een geschikt kinderzitje worden vervoerd.

Aanhanger

  • Er mag een aanhanger met één as aan een motor worden gekoppeld.
  • De maximumbreedte van een aanhanger is 1 m en de maximumhoogte is 1,20 m. De maximumlengte gerekend vanaf het midden van het achterwiel van het trekkende voertuig is 2,50 m. De lading mag niet meer dan 50 cm uitsteken.
  • Het maximumgewicht van de aanhanger is 80 kg.
  • Er mogen geen passagiers worden vervoerd in de aanhanger.

Filerijden

  • Het is verboden in een file tussen de rijen stilstaande of langzaam rijdende auto’s door te rijden.

Naast elkaar rijden

  • Het is verboden om naast elkaar te rijden.

Bijzonderheden

  • Als een rij voertuigen voor bijvoorbeeld een verkeerslicht of brug moet wachten, moet een motorrijder op zijn plaats in de rij blijven.

Verkeersregels bromfiets

  • In Zwitserland wordt een bromfiets een Kleinmotorrad en een snorfiets een Motorfahrradgenoemd.
  • Een Kleinmotorrad mag niet sneller kunnen dan 45 km/h; hiervoor gelden de verkeersregels voor motoren.
  • Een Motorfahrrad mag niet sneller kunnen dan 30 km/h; hiervoor gelden de verkeersregels voor fietsen.

Helm

  • Het dragen van een helm is verplicht op snor- en bromfietsen.

Verlichting

  • Het voeren van dimlicht overdag is niet verplicht.

Passagiers

  • Op een bromfiets mag maximaal 1 passagier worden vervoerd op een daartoe bestemde zitplaats (duo- of buddyseat), mits er ook voetsteunen aanwezig zijn.
  • Kinderen jonger dan 7 jaar moeten in een kinderzitje worden vervoerd.

Aanhanger

  • Het is toegestaan een aanhanger met één as aan een snor- of bromfiets te koppelen.
  • De aanhanger mag 1 m lang en (inclusief lading) 1,20 m hoog zijn.
  • De lengte inclusief aanhanger mag 2,50 m zijn, gemeten vanaf de naaf van het achterwiel.
  • De lading mag 0,50 m uitsteken naar achteren.
  • Het totale gewicht met lading mag niet meer bedragen dan 80 kg.

Fietspad

  • Fietsers en snorfietsers moeten gebruikmaken van een fietspad of fietsstrook.
  • Bromfietsers moeten gebruikmaken van de rijbaan.

Parkeren

  • Bromfietsen mogen alleen op het trottoir worden geplaatst als er minimaal 1,50 m trottoirbreedte overblijft voor voetgangers.

Bijzonderheden

  • Het is verboden om tussen voertuigen door te slalommen.

Winterbanden

Het gebruik van winterbanden is niet verplicht, maar als je bij winterse omstandigheden in een auto zonder winterbanden door de sneeuw rijdt en je het overige verkeer hindert (omdat je banden onvoldoende grip hebben op het wegdek), kan je een boete krijgen. Indien je niet op winterbanden rijdt tijdens winterse omstandigheden en je raakt betrokken bij een ongeval, bestaat de kans dat men je (mede)aansprakelijk stelt, met als reden dat je het verkeer onnodig in gevaar hebt gebracht.

Meer informatie over winterbanden

Sneeuwkettingen

Het gebruik van sneeuwkettingen is verplicht als dat wordt aangegeven met een rond, blauw verkeersbord waarop een autoband met een sneeuwketting staat. Je wordt daarom aangeraden in de winterperiode sneeuwkettingen mee te nemen in de auto. Soms is het blauwe bord ‘sneeuwkettingen verplicht’ voorzien van een onderbord met de tekst ‘4 x 4 ausgenommen‘ dat aangeeft dat sneeuwkettingen niet verplicht zijn voor auto’s met vierwielaandrijving. Hoewel sneeuwkettingen alleen verplicht zijn als dat met een bord wordt aangegeven, kan je toch een boete krijgen als je op zomerbanden zonder sneeuwkettingen door de sneeuw rijdt en je het andere verkeer hindert (omdat je banden onvoldoende grip hebben op het wegdek).

  • Sneeuwkettingen moeten op ten minste twee aangedreven wielen worden gemonteerd.
  • Kunststof sneeuwkettingen worden toegestaan mits ze aan de wettelijke eisen voldoen.
  • De maximumsnelheid bij het gebruik van sneeuwkettingen is 50 km/u.

Spijkerbanden

Het gebruik van spijkerbanden is toegestaan van 1 november tot 30 april. Als de conditie van de weg of de weersomstandigheden dat vereisen kan het gebruik van spijkerbanden ook buiten deze periode worden toegestaan voor bepaalde wegen, vooral in berggebieden. Het gebruik van spijkerbanden is verboden op autosnelwegen en bepaalde autowegen, maar is wel toegestaan op de A13 tussen Thusis en Mesocco (de San Bernardino-tunnel) en op de A2 tussen Göschenen en Airolo (de St. Gotthard-tunnel).

  • De maximumsnelheid bij het gebruik van spijkerbanden is 80 km/u.
  • Achter op een auto met spijkerbanden moet een ronde sticker worden bevestigd die de toegestane maximumsnelheid van 80 km/u aangeeft.
  • Als je spijkerbanden gebruikt, moet je die op alle wielen monteren.
  • De spijkers mogen niet langer zijn dan 1,5 millimeter.